Op Klein Brabant
Het was 12 september. De mannen spraken met elkaar af dat ze graag bij elkaar wilden blijven, het liefst in de buurt van Breskens. Maar wie wilde negen mannen en tien paarden herbergen?De groep bestond uit: Abraham Harpe, Piet Schout, Krijn Sanderse, David Coppoolse, Jan Sturm, Bram Kluifhout, Simon Corbijn, Piet Riemens en Pauw Joosse. Van de tien was Willem den Herder er niet meer bij. Hij was met een ziek paard al in Brugge achtergebleven.
Bij Waterlandkerkje werden ze doorgestuurd naar Cornelis de Nood. Hij had een boerderij op Klein Brabant. Er werd gezegd dat hij van Walcheren kwam. Dat klopte niet helemaal, maar zijn vader was wel in Vrouwenpolder geboren. De mannen werden hartelijk welkom geheten. Hun dienst aan de Duitsers zat er nu op. Een nieuw hoofdstuk begon.
’s Middags kwam de boer thuis. Cornelis de Nood had de familie Vader opgehaald uit Breskens. Zij kenden elkaar van de kerk. Marinus Vader was ouderling in dezelfde kerk waar Cornelis diaken was. Marinus was getrouwd met Jannetje en samen hadden ze vijf kinderen: Leinie, Rie, Kees en Willem, geboren in Koudekerke op Walcheren. Het gezin woonde dus nog niet zo lang in Breskens.
Hun jongste dochtertje, Maria, was die middag gestorven. Willem, de jongste zoon, was tijdens het bombardement in paniek het huis uit gevlucht. Later kwam hij alsnog aan op de boerderij. Hij was helemaal komen lopen!
