
Reis
De opdracht van Hitler werd voor Pauw het begin van een spannend avontuur. Hij moest zich bij de Duitsers melden met paard en wagen. Samen met negen andere jonge mannen moest hij de Duitsers helpen. Ze trokken met een compagnie Duitsers de geallieerden tegemoet, om hen tegen te houden.Op 31 augustus vertrok de groep vanuit Serooskerke. Op de karren lagen wapens en munitie. Pauw had paard en wagen van de Korenbloem mee. Ze trokken richting Vlissingen.
De eerste dagen was het slecht weer. ’s Nachts was er geen onderdak. Met drie wagens tegelijk waagden ze de oversteek op kleine boten naar Breskens. Daarna reden ze in één ruk door. Onderweg zagen ze Engelse jagers (Spitfires) en ook de gevolgen: uitgebrande vrachtwagens. Zelf bleven ze gelukkig ongedeerd.
Na twee slapeloze nachten en heel weinig eten kwamen ze op 2 september ’s avonds aan in Stene. Daar stonden ook weer Duitse bunkers. Eindelijk kregen ze brood en koffie en konden ze bij de paarden slapen. Ze werden door de Belgen goed ontvangen.
Ze hoopten de volgende dag terug naar huis te kunnen. Maar dat viel tegen. In plaats van terug naar huis ging de reis – samen met de Duitsers – verder richting Brugge.